INTERVIEW 1
Project 1
Deelnemer deelt scherm met presentatie DO van het project met schetsen, moodboards, plattegronden en renders.
D1: Dit is een project van [] in []. Ik zal je er even doorheen praten. Eerst zijn we begonnen met een met een workshop. Dit is de input vanuit de workshop waarin mensen zeiden: we willen minder kantoor en meer thuis. 
Of wil jij vragen gaan stellen? Of moet ik presenteren?
OZ: Ja, ik denk dat dat het handigst is, dan komt dat volgens mij vanzelf aan bod. Maar ik zie het al een beetje... Want ik wilde inderdaad vragen op welke sociale aspecten was dit gericht? Ik hoorde je al iets zeggen over thuis voelen... Wat waren de doelen?
D1:  Ehm... Ja daar ga ik, dat ging toch veel meer over... eh. Even kijken hoor. Mjn doelen en wat het doel is naar de klant. Onze doelen, zeg maar de kapstok, was een veilige omgeving. En veilig als in sociaal veilig, h, dus dat je je thuis voelde. Ehm Een verbndende omgeving.  Ruimte voor keuzes. Dus autonomie.
OZ: Wat bedoel je met een verbindende omgeving?  Wat was
D1: Dat mensen zichtbaar zijn en aanspreekbaar. 
OZ: Ja?
D1: Dus dat je, dat je altijd ruimte hebt voor toevallige ontmoetingen en dat die toevallige ontmoetingen ook ehm een soort van zich intutief aandienen. Dat is denk ik wel in algemene zin, is dat Ik probeer altijd de omgeving zo te maken dat die intutief bepaald gedrag veroorzaakt.
Toevallige ontmoeting kan je door looplijnen doen, en dan kan je ook kruispunten ontwerpen en op die kruispunten zorg je dat er koffie is of, of iets. En een zekere nou een goede akoestische omgeving waardoor mensen denken dat ze zich toevallig ontmoeten, maar dat is niet toevallig, want het is zo ontworpen h, dat er per ongeluk ook dingen in de omgeving staan waardoor je daar wat langer dan 30 seconden blijft staan.
OZ: Wat bedoel je dan met die akoestische omgeving? Hoe draagt dat daar aan bij?
D1: Nou, als je een toevallige ontmoeting faciliteert op een kantoor, en op die ontmoetingsplek heb je de indruk dat je je omgeving verstoort, ja, dan blijf je niet staan om te blijven praten. Dus je moet de akoestische dingen de catering, eh misschien wel een whiteboard een social wall, dus daar bedoelen we mee niet bedrijfsgerelateerde... prikbord noem ik het maar even. Waar je poezenplaatjes, poezennesten babies, eh
OZ: Ja, precies. Ja. Maar dat heeft dan te maken met misschien dat thuis voelen.
D1: Ja, dit is de toevallige ontmoeting.
Kijk, kantoren zijn per definitie vervelend. Omdat in de traditie waren ze grijs en wit, en we dachten altijd dat het een kantoor soort machine moest zijn. Want het was werken, en werken is fabriek, is machine, dus een kantoor is ook een machine. En mensen voelen zich niet thuis in een machine. Dat is homogeen, dan doe je als individu er niet meer toe. Dus hoe meer een kantoor een kantoor, hoe meer het mensen diskwalificeert. Dus een kantoor moet je eigenlijk berhaupt niet meer willen. Je moet een omgeving maken waar mensen plezierig werken en allerlei andere dingen ook doen, dus minder kantoor, meer thuis. Keuze in type werkplekken gaat over autonomie.
Ik ga dingen zeggen die je allemaal al weet h. Maar dat
OZ: Nee, dat geeft helemaal niks. Nee, het gaat ook om hoe jij het verwoordt, dat En welke verbanden jj legt. Dus dat is helemaal niet erg.
D1: Ja dus meer meer autonomie, want als mensen iets te kiezen hebben, worden ze blijer. Dus niet alleen maar een bureau, een vergaderzaal en een restaurant, want dat was hun kantoor, maar ook een plek om je af te zonderen, een plek om sociaal bezig te zijn, een plek om n-op-n een goed gesprek te voeren 
OZ: En, hoe denk jij dat dit, bij deze aspecten die je nu noemt, hoe denk jij dat die bijdragen aan betere onderlinge relaties en meer gevoel van thuis voelen?
D1: Nou dat mensen zich veilig en erkend voelen. En niet een nummer, dus dichter bij zichzelf zijn. Als je in een omgeving zit Maar wacht even, daar kom ik zo op. Dus keuze werkplekken, h? [Refereert aan presentatie] Dus dat is gewoon autonomie, is heel belangrijk. Dus dat je dat je een omgeving kan kiezen waar je op dat moment, even Ik ben net voor dit verhaal even naar boven gegaan, daar hebben wij een bank die heel lekker ligt. Ben ik even 10 minuten rustig gaan liggen ademhalen. En het fijne is dat die bank daar staat en als ik de deur kan dichttrekken, dat ik daar dan 10 minuten kan liggen.
OZ: Dus even gn contact met mensen?
D1: Ja. Dus als je die keuze hebt om dat te kunnen doen dat kan in heel veel kantoren al niet. En zo heb je veel meer, veel meer hoe noem je dat? -  gereedschap, van dingetjes waar je voor kan kiezen. Een privgesprek alleen in een kamertje, of een leuke creatieve sessie in een nou ja, autonomie in hoe je wil werken. Ruimte voor woonkamers, dat is weer die rust, ruimte voor rust. Rust is z belangrijk man.
Kijk, wij worden opgeleid in groepen. We werken in groepen, we leven in groepen, we denken in groepen, we moeten problemen oplossen in groepen. Terwijl de echte innovatie zit in de afzondering. Dus de meeste, zo kan je terugvinden, wetenschappelijk ook wel aangetoond, dat de meeste, de grootste innovatie en creativiteit komt voort uit rust. Dus uit eenzaamheid tot stilte, zolderkamer, garagebox. 
OZ: Ja. Nou ja, eenzaamheid is dan natuurlijk... Ik begrijp wat je bedoelt, maar...
D1: De douche.
OZ: Eenzaamheid is natuurlijk wat anders dan afzondering.
D1: Nee, sorry, uit afzondering.
OZ: Waar ik ook naar op zoek ben is: hoe kan je er voor zorgen dat mensen zich niet eenzaam voelen op kantoor, maar tch, wat jij terecht aanstipt, toch die rust hebben?
D1: Ik Kom ik bij, kom ik bij hoor, kom ik op terug. Laat mij maar heel even, ik denk dat dat wel fijn is, dat Ik ga het vertellen, ik kom daar wel.  
Ok. Die herkenning, die gaat over dat mensen het fijn vinden om ergens bij te horen. Dus, dus Sommige.. veel mensen nee. Mensen vinden het plezierig om deel uit te maken van een geheel. Dus als jij bij [] werkt, dan is het ook fijn dat het duidelijk is dat als je in het gebouw komt, dat je dan bij elkaar hoort. 
OZ: Ja.
D1: Daar is dat belangrijk voor. Het verbindt ook weer mensen in zekere zin, want je hoort bij elkaar en met elkaar ga je zorgen dat mensen goed [onverstaanbaar]. Nou, dat.
Kijk hier, hier wilde ik eigenlijk naartoe. Kijk, dit is een kleurplan waar we mee begonnen zijn. En de manier waarop wij dat verkopen, zie hier rood h, is een krachtige, emotionele kleur, versnelt hartslag, verhoogt eetlust, intensere ervaring, enthousiasmerend, gebruik voor marketing. Dus als wij zo'n kleurplan maken, dan lichten we ook toe waarom die kleuren relevant zijn, h.
Dus groen, ontspant, [onverstaanbaar; leest op wat in presentatie staat], verlaagt bloeddruk, rustgevend, nieuw leven, genezend. En je wil die kleuren en die combinaties dan ook op plekken hebben waar ze tot hun recht komen. Dus in een woonkamer, ontmoeten, wil je dat groen en bruin. En misschien een klein beetje rood, want En dan zeggen we ook: een terloops praatje h, contact, ook met vreemden, maak bewezen gelukkiger, terwijl mensen er van nature geen behoefte aan lijken te hebben. Dus.. dit is voor ons als, binnen onze architectuur, een kleurplan waarin we niet vertellen wat we doen, maar waarom we het doen.
En, op die manier proberen we ook het weg te halen van mooi en lelijk, maar het betekenisvol te maken. Dat zelfde doen we in een kantooromgeving, h. Dus, zien we vooral helder wit, groen en hemelsblauw, dan zijn we gelukkiger, grijs en zwart maakt somber. Dus grijs en zwart, zegt ik dan, zijn de kleuren van, ja, rouwkaarten en slecht weer. Weet je, zo.
OZ: Ja. Ik zie hier vooral in vergelijking met die, zeg maar, soort meer sociale ruimte die eerst toonde, zie ik dat dit veel lichtere en gedemptere kleuren zijn.
D1: Ja dus minder prikkels, minder prikkels.  Prikkelarm, zou je kunnen zeggen, want het moest het moest namelijk Dit wilden ze: creatief, fris, natuurlijk, licht, de energieke en vrijheid. En dan nou ja, daar kiezen we ook weer het palet bij wat dat ondersteunt. Begrijp je?
OZ: Ja.
D1: En wat nog belangrijker is, in dit geval, is dat we ook l die kleuren toepassen. En dat is ook iets over sociaal en veilig, en daar vroeg je naar. 
Onze kantoren zijn nooit homog, zijn nooit met n kleur vloerbedekking, n kleur wand, en allemaal witte bureaus met zwarte stoelen. Niet op Onze kantoren bewegen. Dus die hebben eigenlijk een soort van pleintjes, wijken, en die wijken markeren we met kleuren en kleuraccenten. Dus als je een kantoorverdieping hebt loop je door vier kleurplannen heen. Ik noem het eigenlijk het principe van een Spaans dorp. Dus je beweegt je van zone naar zone, over die vloer. 
En die zones hebben wel allemaal met elkaar te maken in kleurtoon, maar ze veranderen allemaal steeds een beetje. Waardoor je ook weer intutief verbindt met die omgeving en je weet waar je bent. Dus in je onderbewustzijn registreer je dat je van plekje naar plekje loopt en als je in jouw zone komt voelt dat vertrouwd en veilig omdat je onbewust bij die kleur ben gaan horen. Want dat is jouw omgeving. En die wijkt dus af van de omgeving 25 meter verder, waar iemand anders zich weer thuis voelt. En op die manier... 
En dat is eigenlijk een stedenbouwkundig principe. H, dus als je vroeger Amsterdam-Zuidoost had, dat was eigenlijk hetzelfde type flats met hetzelfde type straten en hetzelfde type groen, waarin mensen eigenlijk een soort van anoniem nummer werden, terwijl je ten opzichte van een Spaans dorp, waar je eigenlijk van pleintje naar pleintje loopt, en ieder pleintje is net even anders en werkt een soort van verbindend. Dus dit is eigenlijk een soort stedenbouw kundig principe wat we over een kantoorvloer heen leggen.
OZ: Zou dat ook iets doen met de relaties tussen de mensen? 
D1: Zeker, ja.
OZ: En wat denk jij?
D1: Nou, doordat je je veiliger voelt en vertrouwd voelt met je omgeving, identificeer je je ook makkelijker met je omgeving.  Dat eigenlijk. 
OZ: En daardoor... heb je dan bter contact met de mensen in jouw directe omgeving, of hoe zie jij dat?
D1: Ja, ik denk hoe veiliger je voelt en hoe meer je gezien wordt, hoe meer je je erkend ook voelt. Nou, erkenning is misschien het verkeerde ja, hoe veiliger je je voelt. Hoe meer vertrouwen je hebt en hoe makkelijker je je ook openstelt ten opzichte van je omgeving, ja. Ja. Dus het is een anoniem kantoor versus een kantoor waar je je thuis kan voelen in de omgeving waarin je bent. En ik heb het hier over kantoren waar 2500 mensen werken, h.
 OZ: Ja, dat is wel heel groot, ja
D1: Zijn grote projecten die we doen. Ook wel eens een paar honderd, en ook wel eens 30. Het gaat over grote kantoren waarin Ik heb eens een keer een hele grote scheepsbouwer gedaan. En die zei, daar zat een meneer in een workshop die zei: ik werk hier 35 jaar, of 40 jaar, en toen ik hier kwam kende ik wel 6-700 mensen. Op de werf liep ik rond in het kantoor, en dan allemaal da-ag. Hij zei: ik denk dat ik er nu maar 15 ken. En die werf was niet kleiner geworden. 
OZ: Nee.
 En dat kwam natuurlijk door e-mailen, en door allerlei vormen van communicatie. Dus die wereld van die grote kantoren moet kleiner gemaakt worden, waardoor mensen zich echt weer met elkaar gaan verbinden, anders zien ze elkaar helemaal niet.
OZ: Ja.  En hoe doe je dat nog meer, dat verbinden?
D1: Kom ik zo op.
OZ: Ja
D1:  Ja dan is het weer concentratie h. Dan gaat het over rust. Lijkt een beetje op die andere, veilig... Maar ik ga er even doorheen. 
Nou, dit is zeg maar de zonering. [Laat plattegrond zien] Kijk, wij wij creren altijd bij opgangen ontmoeten. En bij trappenhuizen, en binnenkomend. En blauw is hier kantoor, samenwerken, en groen is concentratie. Concentratie doen we f in een ritme in een gebouw waar bijna niemand komt. Maar tegenwoordig doen we het ook dichter bij de werkplek, omdat mensen vaak acuut behoefte hebben aan concentratie. Dus makkelijk, ze willen, want als je bijvoorbeeld dit een werkzone maakt en hier een bibliotheek, dan merk je wel dat mensen toch niet de moeite nemen om naar de bibliotheek toe te lopen. Het is gewoon te ver weg. Dus je moet die concentratie dichtbij faciliteren eigenlijk. Het is te ontmoeten in die, in die indelingen, wacht effe hoor 
OZ: Want wat gebeurt er als het te ver weg is en ze gaan er dan niet naar toe, terwijl ze wel die behoefte hebben aan die concentratie? Wat denk je, hoe uit zich dat misschien sociaal?
D1: Frustratie. Ja, frustratie wel, ja. Maar dat heb je heel veel. Er is enorme frustratie. Kijk, eigenlijk moet je als je een kantoor ontwerpt wat verbindend moet zijn, dan moet je beginnen met de afzondering. In plaats van met het collectieve. Daar maken de meeste mensen de grootste fout. Dus ze maken een soort megagrote werkcafs die en daardoor bereiken ze het doel niet. Dus als je eerst die afzondering goed vormgeeft, waarin mensen hun creativiteit kunnen vinden, hun keuzes, autonomie kunnen vinden,  intensieve n-op-n gesprekken kunnen houden die heel inhoudelijk zijn, dan is daarna het vormgeven van die verbinding pas relevant. Want dan kunnen mensen daarvoor kiezen, in plaats van het opgelegd krijgen. 
OZ: Ja.
D1: Hier zie je Kijk, hier zie je wat ik bedoel. Dit is een blauwe kleuraccent hierachter, en dit is allemaal En dat accent, dat is niet omdat ik dat mooi vind, maar omdat als je hier zit te werken, hierachter, dan verbind je je onbewust daarmee, begrijp je, dan ga je daar een beetje bij horen.
Ik ben ook heel gefascineerd door het onderbewustzijn h, dat natuurlijk zo veel krachtiger is dan dat wat wij willen. Hier zie je het ook en Deze zone is bijvoorbeeld meer geel, die is meer blauw. Er is bij ons altijd veel ruimte voor groen.
Hier zitten graphics op dat mensen zich niet bekeken voelen, maar je kan wel zien dat er iemand in zit. Dat is hier nog niet gedaan, maar in de uiteindelijke versie Want je wil niet in de etalage. En wat hier ook heel belangrijk is is ook wel geestig, van een Nee, dan moet ik zo nog een ander project laten zien.
Geen geen rechte gangzones, dus het meandert een beetje, h. Dus dat je Je moet ook niet hele lange zichtlijnen hebben. Alles wat recht is is vervelend.
OZ: Waarom is dat?
D1: Te veel symmetrie. Ja, dan zit je in een machine.  Het past niet bij ons. Wij komen van de toendra. Daar dat had geen kaarsrechte wegen. We moeten gewoon bewegen. Dus het moet Kijk, het mooiste is als het een soort fantastisch georkestreerde chaos is, want dan klopt het altijd. En als je in een hele symmetrische omgeving een kastje scheef zet, dan irriteert iedern zich. Dus je moet het zo maken dat het altijd klopt. Want het is een collectieve ruimte, snap je, dus je moet het niet op slot zetten. Worden mensen onrustig van.
OZ: Dat vind ik wel interessant wat je nu zegt, van het is een collectieve ruimte, en dus propageer je eigenlijk minder hoe moet ik het zeggen minder strak, minder symmetrisch.
D1: Minder orde ja. Daar heb ik in het volgende project nog een mooi voorbeeld van.
OZ: Ok. Ja.
D1: Ja, kijk hoe meer orde Vroeger had mijn vader een vriend, en die had die cht een prachtig, waanzinnig huis gebouwd in Spanje. Maar als daar een tijdschrift op tafel scheef lag, klopte het niet meer. Ja, dat is geen omgeving voor mensen.
OZ: Ja, ik snap wat je bedoelt. Ja
D1: Dat is niet voor mensen. 
OZ: Hoe Ja.  Prima.
D1: Even kijken hoor, of ik nog aanknopingspunten kan vinden Het is ook gerealiseerd, ik weet niet of je die foto's wil hebben.
Wat ook normaal... Kijk hier, nog wel fijn, want hier zijn dingen die zij belangrijk vinden, h. Dus dit zijn, dit is kleding van []-medewerkers.
OZ: Oh z, ja.
D1: Dit zijn [product van organisatie]. Dus daar hebben we lampen van gemaakt.  Dit is een omgeving waar het []-personeel even pauze kan houden. Ook ervoor zorgen dat er altijd ruimte is voor privacy, h. Dus de zichtlijnen beperkt worden zodat je altijd kan kiezen: ik ga hier zitten of ik ga daar zitten, ik ga daar zitten, ik ga daar zitten. Dus dat je je n kan verbinden, maar ook altijd even alleen met een tijdschrift kan gaan zitten. Dus, eigenlijk is het het constant bieden van keuzes, ook.
OZ: Ja. En wat je vertelt over die hergebruikte materialen, die het personeel daar herkent dat meteen neem ik aan, of niet?
D1: Ja. Ja, dat is heel fijn. Het hoort bij ze, h. Even kijken hoor.  Dit zijn [producten organisatie], als een wand.
OZ: O ja, ik herken ze ja.
D1: Ken je ze? En ook zoiets h: plantzakjes van oude kleding. Een oude [product organisatie] in de lockers. Wandpanelen zijn van [product organisatie] ook, is voor akoestische dingen.
OZ: Ok. Ja.
D1:  En we hebben een heleboel graphics. De graphics zijn ook altijd zo dat ze, altijd een kleuraccent in zich hebben. Dus bijna zwart-wit, maar ook n kleur eruit, vaak. Omdat het dan rustiger ook weer wordt, weet je h. En ook altijd met mensen. Nou ja hier wel een [onverstaanbaar].
OZ: Bedoel je dan, zeg maar, de afbeeldingen die in het kantoor zijn gebruikt?
D1: Ja, het zijn de afbeeldingen die dan die als een soort posterwand, soort akoestische panelen
En, we hebben uiteindelijk een fotograaf naar [werkterrein organisatie] gestuurd die foto's is gaan maken. En we hebben met personeel samen die foto's uitgekozen. Dat zijn niet deze geworden maar andere. Het is ook belangrijk is dat dit ding, omgeving, van hun ook wordt, dus niet van ons, doordat ze zelf dingen kiezen, foto's uitkiezen, dingen maken. Ehm
OZ: En dit project is gerealiseerd, zei je? Heb je ook al iets gehoord over 
D1: Heel mooi, zeiden ze.
OZ: Haha, ja,  wat het effect misschien is op onderlinge relaties en ontmoetingen en dat soort dingen, heb je daar toevallig iets over, weet je daar iets over?
D1: Nee, maar dat doet me wel denken aan een ander project in [] waar voorheen een pestcultuur heerste. Waar wij ook in de architectuur, met vergelijkbare argumentatie het verbouwd hebben. En wat nu een heel stuk beter gaat. Ja.
OZ: Dat is interessant! Wat hebben jullie je zegt: gelijksoortige dingen hebben jullie gedaan om mensen te verbinden
D1: Ja, dus privacy, autonomie, kleuren vanuit de natuur, herkenbare dingen. We hebben daar bijvoorbeeld een heel groot aquarium neergezet en iedereen betaalt n euro in de maand om het aquarium te onderhouden met elkaar. Dus collectiviteit. Autonomie. Afzondering faciliteren. Keuzes Oh ja, we hebben ook de routing veranderd waardoor mensen eigenlijk langs bepaalde mensen moesten lopen om maar binnen te komen in plaats van in n keer binnen staan. Dus dat ze gezien worden voordat ze binnen zijn.
OZ: Wat was daar de gedachte achter? Wat zou dat doen?
D1: Nou, heel veel mensen voelen zich, als ze niet worden gezien, dan zijn ze er als niet zelf. Dan permitteren ze zich een soort anonimiteit en daar, en dan komt vaak onplezierig gedrag, terwijl als ze zich gezien wanen, dan, in hun onderbewustzijn denk ik ook wel, verandert het gedrag. Dus dan zijn ze minder schreeuwerig. 
OZ: Ja.
D1: Eh Even denken hoor
OZ: We hebben nog een kwartier. Tenminste, ik heb wel langer, maar ik weet niet of jij langer tijd hebt?
D1: Nee, dat is goed, ja. Nee, ik heb niet veel langer tijd, dus jij moet dan, jij moet vragen stellen, h.
O: Haha, ja. Dan, even kijken hoor, op mijn lijstje Eh Ja, ik weet, het lijkt mij leuk om nog eventjes langs dat andere project gaan met eigenlijk de vergelijkbare vraag op het gebied van sociaal welzijn: verbinding informeel contact
Project 2
D1: Kijk hier, dit is een project in [], hebben we net opgeleverd. Daar zie je weer die willekeurigheid. Dus geen [onverstaanbaar], geen gang, zie je dat? Hier is de opgang, dus hier is ook het sociale gebeuren, met een Dat zal ik je zo laten zien. En dan heb je Dit is een heel erg team-georinteerde omgeving. Dus hier zit een team, in zon hoek, en die hebben altijd direct toegang tot iets waar je kunnen concentreren tot een plek waar je met z'n tween kan zitten om even wat door te spreken, of met zijn tween een team call kan houden om zo'n gesprek als wij nu hebben zonder dat je collegas verstoort, of met elkaar afgesloten te vergaderen. Dus ook hier zijn heel dicht om zo'n team allerlei gereedschap om je plezierig te kunnen vullen, voelen. En voor de rest is het hele kantoor, is weliswaar open, maar het is ook weer een soort Spaans dorpje, meandert er helemaal doorheen. Zie je, dus eigenlijk gaat het constant verwonder je en verbaas je want dan kom je weer op het nieuwe pleintje, waar weer al dat gereedschap is waar die mensen gebruik van kunnen maken. En Dit kantoor is veel groter hoor, maar 
OZ: Heb je daar ook nog specifieke ruimte gemaakt voor ontmoeting?
D1: Ja. Bij weer de opgang, h, hier is de entree. Hier is een soort werkcaf gemaakt, zie je dat? En via dat kom je weer in het werkgebied waarbij ook de grotere vergaderruimtes altijd aan het begin van de opgang zitten, zodat je niet allerlei grote groepen mensen hebt rondwandelen die iedereen verstoren. Dat is heel belangrijk. Maar het ontmoeten hier vind ik nog wel en deze
Hier zie je weer al die kleuren, zie je dat? Die we gebruiken met herkenningen van Maar deze is leuk, even kijken Identificatie h, dus het is leuk als mensen zich kunnen identificeren met hun, met dat ze ergens bij horen.
Dit is de pantry, en de pantry heb ik een dakje gegeven. Omdat als het een dakje heeft met lampjes en je gaat koffie, dan sta je ergens onder, kom je in een ander wereldje. En als je dus ergens onder staat, dan voel je je, verbindt het meer, en doordat het ook eigen licht heeft, als je hier dan met zijn tween koffie staat, dat is wat anders dan dat je het vanuit de machine pakt in de gang. 
OZ: Ja. Ja. 
D1: Dus zo'n ding verbindt dan ook en dit zijn ook weer [product organisatie].
OZ: Dat is dan, dat heeft daar ook weer mee te maken.
D1: Ja, dus het is ook weer een verbinding met Dus dit is niet een gewone pantry, dit is een verbindende pantry omdat hij eigenlijk een soort eigen wereldje maakt. 
OZ: Ja.
D1: En dit [laat ander plaatje zien] is ouderwets, zeg maar. H, begrijp je?
OZ: Ja. En hoe je dat met waar je het net over had: het gevoel van dat je anderen niet stoort, en dat je daar dus rustig kan gaan praten.
D1: Ja, dat zal ik je straks even moeten laten zien. Dat zit in de plattegrond, dus dat is gewoon de situering, zie je. Dus hier staat ie. En daar omheen, dat zijn eigenlijk geen werkplekken; dit zijn wanden. 
OZ: Ok. Ja.
D1: Dus hier heb je gewoon allerlei blokkeringen om voordat je eindelijk eens bij een ding bent. Dus, dit is een printer, dus hij staat deze kant op. Deze kant op, hier kom je binnen en in dit vak zitten helemaal geen mensen te werken en hier heb je allemaal blokkades van allerlei mensen die daar werken. Dus je staat daar altijd in rust. Zie je dat?
OZ: Ja, inderdaad.
D1: En het staat ook nog bij de entree, in de loopzone. Maar dit is ook leuk. Ik weet niet of je dat kent, uit het straatbeeld. Althans, ik vind het leuk. Werkt ook verbindend. Kijk, die dingen staan op straat.
OZ: Ja, die oude aanplakzuilen. Of niet?
D1: Ja. Dus die zuilen die hebben we nagemaakt van bordkarton. En met een whiteboard opgezet en een soort kastje. En zo kan het team wat daar omheen zit zijn teamnaam erop zetten. Je kan hier persoonlijk dingen opschrijven of persoonlijke dingen in leggen. En die hoedjes die hebben allemaal hun eigen kleur. Het heet een peperbus. Dus wat er dan gebeurt is dat die peperbussen die staan hier en daar in het kantoorveld, zodat mensen daar (a) eigen dingen in kwijt kunnen en persoonlijke dingen, maar ook als team dat ding als een soort totempaal van hun kunnen maken.  Zodat je
OZ: Ja.
D1: Begrijp je, en je daarmee ook weer een soort verbindend anker hebt in de kantooromgeving. Kijk, hier staat...
OZ: Weet je of ze die ook al gebruiken?
D1: Ja.
OZ: Of ze er al wat in hebben gezet? Ja?
D1: Ja. Ja, ja. Ik was er laatst. Zijn helemaal gelukkig, ja. De gebruikers, echt. Kijk, hier staat er een, zie je? En hier staat er een.  Dus, die zetten we dan gewoon Ja.  Je moet het soms wel een beetje op gang helpen, h. Dus als je het neerzet en je schrijft er zelf wat op, of je hangt er wat in of je legt er wat in, dan groeit het. Kijk, als het net gebeurt, klopt de omgeving niet. Want dan identificeren mensen zich niet met hun omgeving. Dus het is eigenlijk een soort thermometer, zou je kunnen zeggen. 
OZ: Ja.  De peperbus als thermometer.
D1: Ha, ha, ha.  Nou, dit is een beetje mijn wereld. 
OZ: Ja.
D1:  En ik heb heel veel van dit. Nog veel meer.  Leuk h?
OZ: Ja zeker. Het is heel interessant om te horen. En ja.
D1: Kan je er wat mee?
OZ: Jazeker, jazeker.  Even kijken, nou, ik kan de opname nu wel stoppen.
D1: Mooi, ja dat is waar, dat je aan het opnemen was.

9


